![]() |
Welkom in Giessenburg. Deze wandeling is bedoeld om u als geïnteresseerde wandelaar kennis te laten maken met openbaar groen, natuur en landschap binnen en buiten de bebouwde kom van Giessenburg. Dit dorp ligt midden in het polderlandschap van de Alblasserwaard aan her veenstroompje de Giessen. Typerend voor het gebied is de vochtige bodem bestaande uit een dun kleidek door rivieren afgezet op dikke veenpakketten. Het landschap heeft een open karakter en wordt bepaald door weilanden ten behoeve van de alom aanwezige melkveehouderijen. |
Vingerafdrukken van bomen
| Het startpunt is
de Hervormde kerk van Giessenburg. U steekt vanaf de Hervormde kerk van Giessenburg de
Giessen over en ziet aan de overkant van het water voor de bank een uit de kluiten
gewassen paardekastanje staan. De paardekastanje heeft een brede kruin en is dan ook een
boom die veel ruimte nodig heeft. Hij is inheems in bergwouden van de Balkan, maar elders
in Europa veel aangeplant. Let eens op de stam: bij een paardekastanje lopen de groeven in
de schors spiraalsgewijs om de schors heen. Aan de overkant van de weg staat langs de Giessen nog een interessante boom: de moerascypres. Deze boom is inheems in de moerassige gebieden van de Zuid-Oostelijke Verenigde Staten. Hij doet het echter ook heel goed in de vochtige bodem van Zuid-Holland. Op erg vochtige plaatsen vormt de boom zelfs boven de grond uitgroeiende ademwortels. Evenals de larix behoort de moerascypres tot de bladverliezende naaldbomen. |
![]() |
Asbest: goed voor de natuur !
Met de bank aan uw rechterhand loopt u 50 meter langs de Giessen en gaat dan rechtsaf her fietspad van de Peursumse kade op. Direct aan de rechterkant staat een schuurtje met een dak bestaande uit asbestcement golfplaten. Op dat dak is iets bijzonders te zien: epifyten. Dit zijn planten die op gebouwen of op stammen van bomen groeien zonder er voedsel uit te halen: het zijn geen parasieten. Water en voedsel halen ze uit het stof dat op hen waait en uit het regenwater dat langs dak, muur of stam omlaag loopt. Tussen de asbestvezels kunnen de epifyten zich met hechtworteltjes goed verankeren.
Afwatering van het veen
Vervolg de Peursumse kade. Na ongeveer 1500 meter komt u langs twee prachtig gelegen woonhuizen waarin de vorm van vroegere molens nog makkelijk te herkennen is. De Peursumse vliet waaraan ze staan, deed tot 1365 dienst als afwateringskanaal van alle polders van de Alblasserwaard ten oosten van deze vliet (de Overwaard). Her water werd toen geloosd via de Ammersche Boezem naar de Lek of via de Giessen naar de Merwede. In 1366 kwam de Grote Achterwaterschap gereed die afwaterde op een veel westelijker en dus lager gelegen punt van de Alblasserwaard: Elshout bij Kinderdijk, daar waar nu alle beroemde molens van Kinderdijk staan.
Groene snelweg
Vervolg de Peursumse kade. De dichte rietkraag waarlangs u loopt, biedt beschutting aan dieren die op en langs her water leven in dit open veenweidelandschap. De Peursumse vliet vormt zo een groene snelweg in het landschap een ecologische verbindingszone. Via deze zone kunnen dieren zich verplaatsen van het ene stukje natuur naar het andere. Bij de voetbrug over de vliet ligt een stukje natuur: een klein bosje. In het bosje leven veel bodemdiertjes die het afval van de planten verwerken en zelf weer als voedsel kunnen dienen voor de wat grotere dieren.
Blauwgraslanden en Tiendwegen
| Steek de Peursumse vliet over en vervolg de Heideweg. Ongeveer 400 meter na het bruggetje linksaf de Kooiweg in. Op de hoek van deze twee wegen ligt links het Kooiwet: een nat en voedselarm terreintje dat beheerd wordt door de Natuur- en Vogelwacht van de Alblasserwaard. De combinatie nat en voedselarm komt in een gebied met intensieve veehouderij niet zo veel voor. Daarmee zijn ook de planten van natte en voedselarme terreinen zeldzaam geworden. Vandaar dat dit zogenaamde blauwgraslandje nu voor de natuur zeer waardevol is. In 1998 zijn hier 72 plantensoorten geteld waaronder waterdrieblad, moerasviooltje en verschillende zeldzame zegge-soorten. Vroeger kwamen dit soort terreintjes veel voor in de Alblasserwaard. In die delen van de polder die te vochtig waren om vee te weiden, werd éénmaal per jaar gehooid ten behoeve van her wintervoer. Tegenwoordig wordt her waterpeil in de polder kunstmatig zo laag gehouden dat her land overal bewerkt kan worden.Vervolg de kooiweg ongeveer 600 meter en ga dan rechtsaf de onverharde Bovenkerkse Tiendweg op. Tiendwegen vormen een welkome afwisseling in het landschap van de polder. Ze ontsluiten de achterkant van de langgerekte percelen (copes) in de polder en danken hun naam aan her tiendrecht. Dit was een vorm van belasting waarbij de gebruiker van het land een tiende van de opbrengst moest afstaan aan de kerkelijke of wereldlijke overheden. Om snel van het ene naar het andere dorp te komen voor de belastingheffing zijn deze tiendwegen aangelegd. Omdat langs tiendwegen van oudsher bomen zijn geplant, vervullen zij een belangrijke natuurfunctie. Naast knotwilgen staan langs deze Tiendweg vooral populieren en essen. | ![]() |
Vogels van de Hollandse savannes
Aan het eind van de Tiendweg gaat u linksaf de Damseweg op. Na ongeveer 500 meter ziet u rechts een hek met daarop een bord dat aangeeft dat de boer zich hier inzet voor de broedende weidevogels op zijn terrein. Dit houdt in dat hij zoveel mogelijk werk op her land uitvoert vóór of na het broedseizoen. Als er tijdens her broedseizoen gewerkt moet worden, worden de nesten ontzien. Loopt er vee, dan staan er nestbeschermers zodat eieren niet vertrapt kunnen worden. De meest voorkomende weidevogels zijn kieviten, scholeksters, wilde eenden en grutto's. Wist u dat 90% van alle grutto's ter wereld in Nederland broedt? Minder algemeen zijn tureluur en wulp. Bijzonder zijn watersnip, kwartel, patrijs, slobeend en zomertaling. Allemaal kenmerkende vogels voor dit landschap van weilanden; de Hollandse savannes! Minder blij zijn boeren over het algemeen met pleisterende ganzen in herfst en winter. Vooral omdat ganzen precies weten waar ze moeten zijn voor het rneest malse gras; helaas zijn dat ook de meest kwetsbare percelen, namelijk die waar datzelfde jaar net jong gras is ingezaaid. Voor de natuurliefhebber is het echter een spectaculair gezicht die duizenden kol- en brandganzen. Af en toe zijn ook grauwe ganzen present en met veel geluk zelfs een roodhalsgans. Goed opletten dus!
Leven na de dood
Vervolg de Damseweg nog ongeveer 1000 meter tot Giessen-Oudekerk. Rechts ziet u de Torenweg waarlangs een aantal witte abelen staan. In de zomer heeft deze boom twijgen en bladeren met een mooie viltig witte onderkant. In de winter vallen vooral de mysterieuze "ogen" op de stammen erg op. Links ligt de begraafplaats van Giessen-Oudekerk. Begraafplaatsen zorgen vaak voor bijzondere natuur. Bomen, struiken en korstmossen: allemaal leven na de dood. Interessant hier zijn 5 exemplaren van een bijzondere boomsoort: de hemelboom. De boom valt in de zomer op door de reusachtige veervormig samengestelde bladeren die wel een meter tang kunnen worden. Hij staat hier niet voor niets, want de boom kan zo groot worden dat hij als het ware tot in de hemel groeit. De boom symboliseert hiermee de verbinding tussen hemel en aarde.
![]() |
|
Oude bewoningsplaatsen en spookbomen
Bij de kerk gaat u linksaf de Oudekerkseweg in. U volgt nu weer de Giessen. Dit riviertje is eigenlijk een veenstroompje dat 1500 jaar geleden is ontstaan. In die tijd was her veenpakket in de bodem tot wel 10 meter dik en stak boven zijn omgeving uit. Het water begon langs natuurlijke weg uit her veen te sijpelen. Dit proces begon op het punt waar het veenpakket het dikst was: de omgeving van het huidige Meerkerk. Hiervandaan begon het water in alle richtingen weg te stromen. In de Alblasserwaard via veenstroompjes als Alblas en Giessen en in de Vijfherenlanden via Laak, Leede en Zederik. Langs deze riviertjes vestigden zich de eerste mensen in dit uitgestrekte veenlandschap en hier zijn daarom de bochtige lintdorpen te vinden.
Volg deze lintbebouwing 150 meter. Links van de weg voor nr. 8 staat een grote walnootboom, hier ook wel okkerrnoot genoemd. De walnoot is waarschijnlijk door de Romeinen naar West-Europa gebracht. Zij zijn veel langs de dijken van grote rivieren en in tuinen op de rivierklei aangeplant. Het hout is zeer gewild voor eerste kwaliteit meubelen. Een rechte stam, geschikt voor fineer, kan dan ook vele duizenden guldens opbrengen.
Op het punt waar de Kooiweg uitkomt op de Bovenkekseweg ligt een kleine bocht in de Giessen. In deze bocht staat een aantal mooi uitgegroeide bomen: langs de weg een rij iepen en langs het water een grote volwassen zwarte els. In de winter heeft deze els een schitterend grillig silhouet, in januari kleurt de kroon purper van de mannelijke katjes die in maart open gaan en voor een gelige kleur zorgen. In de zomer beef t de boom een dichte kroon van donkergroen blad dat in november zonder eerst te verkleuren afvalt.
150 meter voorbij de Kooiweg staat links van de weg een gewone esdoorn die echter niet zo gewoon is. Deze boom schijnt te praten, en de eigenaar die ernaast woont praat gewoon terug! Dit mysterie heef t enige jaren geleden zelfs het TV-journaal gehaald. De mobiles en windgongen in de boom voegen nog een esotherisch vleugje toe aan deze spookachtige plek. Met het geluid van de windgongen neemt u afscheid van deze tocht en na 400 meter rechtdoor lopen bent u terug op de plaats waar de wandeling begon: de kerk van Giessenburg.
Tip voor verlenging van deze wandeling
Wie zin heeft om nog even door te lopen kan aan de noordkant van de Giessen naar Pinkenveer lopen (3 km), daar via een bruggetje waar vroeger tol betaald moest worden, de Giessen oversteken en via de andere kant terug. Aan de noordkant staat na 500 meter (Peursumseweg 97) een van de weinige bomen van de Alblasserwaard die opgenomen zijn in het boek "Monumentale bomen in Nederland" van de bomenstichting. Het is een holle zomereik die hier tussen 1830 en 1840 moet zijn geplant en nu een stamomtrek heef t van 3,5 meter. De eik is door een boomchirurg onder handen genomen, wat goed te zien is. Vlak voor Pinkenveer komt men ook nog langs een bocht in de Giessen waar te zien is hoe de oevers van de Giessen er uit hebben gezien voordat hier mensen kwamen wonen. Nu is dit eilandje in de rivier, beheerd door Staatsbosbeheer, een broedgebied voor vogels.